Trombose

Wat is een Trombose?

4_3tromboseEen trombus (een stolsel) is een kleiner of groter bloedstolsel dat kan ontstaan in bepaalde vaten van de benen en het bekken. Als zo'n trombus een bepaald bloedvat volledig afsluit, dan noemen we deze aandoening 'trombose'. Het betreft hier meestal de diep in de spieren gelegen aders (venen) in de benen.

Aders zijn bloedvaten die het bloed weer naar het hart terug brengen (slagaders lopen van het hart af).De artsen noemen dit: diep veneuze trombose. Veelal groeit een trombus heel langzaam aan: het bloedvat slibt langzaam dicht. Veel oudere mensen lijden aan een zogenaamd trombosebeen.

Tijdens en na een grote operatie is de vorming ervan echter ook mogelijk en dan kan het heel snel gaan. Meestal blijft zo'n trombus rustig op zijn plek zitten en dan moet het als zodanig behandeld worden. Bij grote orthopedische operaties komt deze complicatie heel vaak voor, tenminste, als je er niets aan doet om het te voorkomen. Zonder maatregelen voor en na de operatie is de kans op trombose wel 60 tot 70%.

Als de trombus in het been blijft zitten is dat al erg genoeg, maar als die losschiet komt deze trombus vaak in de longen terecht, en veroorzaakt een zogenaamde longembolie, dat in ernstige gevallen de dood tot gevolg kan hebben. Vandaar dat men er tegenwoordig alles aan doet om dat te voorkomen.

 

Wat zijn de oorzaken?

Voorbeelden van oorzaken die de kans op het krijgen van trombose verhogen zijn operaties, met name orthopedische operaties waarbij een heup of knie wordt vervangen, maar ook een gebroken heup geeft een hoog risico op het krijgen van trombose. Vrouwen lopen tijdens de zwangerschap en in het kraambed een groter risico op het krijgen van trombose, maar ook als ze de orale anticonceptiepil of andere vrouwelijk hormoon tabletten of pleisters gebruiken. Ook mensen die kanker hebben of daarvoor behandeld worden hebben een vergrote kans op het krijgen van trombose. Onderstaand worden al deze mogelijkheden uitvoerig besproken.

Bij het zoeken naar een verklaring voor het optreden van een veneuze trombose wordt er onderscheid gemaakt tussen oorzaken die verworven zijn en oorzaken die erfelijk bepaald zijn:

Risicofactoren voor het ontwikkelen van een diep veneuze trombose
Verworven oorzaken Aangeboren oorzaken
Operaties Tekort aan antitrombine
Langdurige bedrust Tekort aan proteïne C
Ongeval Tekort aan proteïne S
Kanker FV-Leiden
Zwangerschap/kraambed FII-mutatie
Orale anticonceptie pil

 

Wat is het verloop?

Diepe Veneuze Trombose ontwikkelt zich meestal sluipend na een relatief lange periode van inactiviteit. Hier moet u denken aan een lange reis waarin iemand weinig heeft kunnen bewegen en veel heeft gezeten. Of een langdurige periode van bedlegerigheid of inactiviteit.

Veel voorkomende klachten van mensen met diep-veneuze trombose zijn:

  • pijn in de kuit die verergert bij beweging;
  • een zwaar en dik gevoel in het been;
  • vochtophoping (oedeem) rond de enkels;
  • een gladde en glanzende beenhuid, die warm aanvoelt.


Tot twee jaar na een diep-veneuze trombose kunt u nog last krijgen van het posttrombotisch syndroom. Het posttrombotisch syndroom ontwikkelt zich meestal binnen twee jaar na een diep-veneuze trombose en bij ongeveer de helft van de mensen met diep-veneuze trombose. Mogelijke klachten van dit syndroom zijn:

  • oedeem (vochtophoping) dat niet meer verdwijnt;
  • pijn;
  • open wonden die moeilijk genezen;
  • spataders;
  • een bruine en vlekkerige huid.

 

Wat doet de fysiotherapeut?

De behandeling van de fysiotherapeut is met name gericht op het voorkomen van trombose (preventie). Het activeren van een patiënt staat hierbij op de voorgrond. Dus in het geval van bedlegerigheid of inactiviteit wordt iemand in bed alvast geleerd zijn beenspieren te oefenen. Zo snel als iemand het bed mag verlaten zal de fysiotherapeut proberen het activiteiten niveau van de patiënt verder te verhogen bijvoorbeeld door conditieverbeterende oefeningen.

In het geval van een behandeling na trombose zal gestart worden met oefeningen om de benen( spieren) weer sterker te maken en meer uithoudingsvermogen te geven.

 

Wat kunt u zelf doen om de klachten te verminderen?

  • Voldoende te bewegen in het algemeen.
  • Regelmatig te bewegen en van houding te veranderen gedurende lange periode van gedwongen inactiviteit zoals gedurende een lange (vlieg) reis. Drink daarom ook bij lange (vlieg) reizen geen alcohol en probeer uitdroging tegen te gaan door veel te drinken.
  • Stoppen met roken. Roken vernauwt de bloedvaten.
  • In het geval van overgewicht af te vallen.
  • U kunt de kans op het posttrombotisch syndroom halveren door na de trombose twee jaar lang elastische steunkousen te dragen, aangemeten door een bandagist (in het ziekenhuis). Daarnaast zijn er leefregels die klachten voorkomen, zoals niet lang staan, niet tillen, het been regelmatig hoog leggen en slapen met een verhoogd voeteneinde of een kussen onder het been.

 

info1.jpg